Mini Midget December

24 December 2014

THE BEER OF HOUGHTON.

Juni 1980. De MGCC UK bestond vijftig jaar. Ter gelegenheid werd een “TOUR OF ENGLAND” georganiseerd door Dr. Jack Armstrong, toen voorzitter. Honderden schreven zich in waaronder deze jongen. Ik was in de twintiger jaren, in bezit van een ’53 TD, een tentje, wat geld, een model als lief en de enige Belgen ingeschreven. Dat beloofde.

Startplaats van de “GOLDEN JUBILEE TOUR of GREAT BRITAIN” was te Harrogate in de north east. Na een blik op de kaart zou ik het rustig aan doen en van Dover naar Londen rijden.  Vandaar via the great north route naar mijn bestemming. Wie had ooit van Zeebrugge / Hull gehoord? Mijn vader kwam ter hulp met toch wel een merkwaardig ding. Je moet weten, tijdens de oorlog lagen er Engelsen ingekwartierd bij grootmoeder. Eén daarvan had een boekje achter gelaten “ON THE ROAD” uitgegeven door Dunlop met de hele beschrijving van de oude A1, met pubs, logies, services en noem maar op. Een schat voor onderweg.

IMG_0211

Mooi begin hé. Het is niet mijn bedoeling de ganse tour door te nemen, het zou nogal vervelend zijn (al hoewel). Dit verhaal echter wil ik jullie, na al die jaren, niet onthouden. Be ware,  we zijn en blijven in 1980.

De Engelse bezienswaardigheden zijn niet altijd langs de weg te observeren. Soms moet je even weg van de snelweg. Neem nu de hoofdweg van London naar Edinburgh. Deze romeinse heerweg heeft een lange en romantische geschiedenis maar is langs zijn 400 mijlen best vervelend. Sir Walter Scott noemde deze route de meest gekke weg op de ganse planeet. (mijn gidsje weet je wel)

 

IMG_0212

Ongeveer een zestig mijlen van London bereik je een vlak, bochten - en toekomst-loos stuk weg. Althans dat dacht ik. Net daar krijgt hij gezelschap van een even oude romeinse weg, Ermine street. Ze smelten een beetje en samen lopen ze over de rivier, Ouse, nabij Huntingdon. Enkele mijlen naar het oosten bereiken deze wegen een smeltkroes van kleine middeleeuwse stadjes en dorpjes. Historische kerkjes, prachtige Elizabethtaanse herenhuizen, leem/houten cottages, tienden schuren en oever vleiende pubs liggen als pareltjes uitgezaaid en te wachten op de ontdekker, een Harry Potter film waardig. Meer wandelend dan rijdend bereik ik Brampton en zo naar het schooltje van Huntingdon waar Oliver Cromwell  werd opgevoed(?). Verder naar het oosten naar het moerassige en mysterieuze Fenland waar Hereward the Wake zich verstopte voor Willem de Veroveraar. Volgens de legende wordt hij nog gezocht. Ik bereik een klein plaatsje langs de rivier, Houghton genaamd en nu begint ons verhaal naar MG te ruiken.

“Nice little MG” in de lokale pub weten ze de TD te waarderen. “Ga je naar the Beers’ toe?” vraagt er iemand. The Beers’, nooit van gehoord. Het  blijkt een “kleine” collectie MG’s te zijn in het dorp. “ Zoek naar het oudste huis (1340-1360) , klop aan de deur en vraag beleefd of je de collectie mag zien”, zei de man. “ the Beer FAMILY Collection”, roept hij me nog na.

Een groepje Hollanders staan te keuvelen aan het toch wel verdraaid mooi “garageken”.

IMG_0215

Het lijkt zo uit de jaren ’50. De heren zijn met mgb’s en gt’s en duidelijk ook op weg naar Harrogate. “Maar je kan hier zowel Noord-Amerikanen, Zuid-Afrikanen, Australiers, Scandinaviers als Duitsers tegen komen”, zegt er één:” En… het loont de moeite. Ik word verwelkomt door Syd Beer zelf, een verknocht “Londener”. Een man rond zijn zestiger jaren en zo geklappig als een bretoense oester. Zeer bescheiden, ondanks zijn status van president van de grootste regionale MG club (4000 leden) en van het T-type register. Hij rijdt met een Wolseley uit 1899 ieder jaar de London-Brighton run en racet met de snelste K3 ter wereld. In 1953 verkocht hij zijn farm om hier samen met vrouw Joan in Houghton een garage op te starten die hij later kon uit bouwen voor beide zonen Bruce en Malcolm. Bruce kocht zijn eerste MG een J2, chassis J2003 op negen jarige leeftijd. Het was de derde J2 ooit gebouwd. Zo werd de interesse gewekt voor speciale MG’s

Syd kocht de resten van een 14/28 die hij rustig restaureerde en een TF1500 voor één van zijn zoons.

In de schuur kijk ik me de ogen uit.

IMG_0214 IMG_0216

Een non supercharged NE Magnette, gebouwd voor de Ulster T.T., een C-type Montlhery Midget, waarmee Crabtree tweede finishte achter Norman Black in de 1931 T.T. Deze auto stond in de Liverpoolse dokken, werkelijk klaar voor Amerika, toen Syd hem kocht. “No such stuff over the pond” zegt hij. Niet zo origineel zijn beide J4’s. Eén is de ex-Attwood MG, helemaal single-seater. De andere is de Tommy Simister’s car en hiermee de laatste J4 van de negen gebouwd. Geloof me of niet maar niet meer dan vier 1100cc K3 Magnettes waarvan twee niet gerestaureerd. Eén is de Maillard-Brune 1935 Le Mans, de tweede is de Boule d’Or winnaar in ’36, ’38 en ’39. De derde K3 is de eerste productie in vol road equipment(zie foto) en in dagelijks gebruik. De vierde is de single - seater en zoals eerder gezegd de snelste op deze aardbol. Alstublieft zeg, je zou voor minder.

Van de zeven NE’s die er ooit zijn gemaakt staan er nog twee, de MG’s bestuurd door Black en Handley in de 1934 TT en in 1935 TT maar dan in private handen. Eén is enorm origineel, tot de MG race kleuren toe (brown en cream). De andere is een “non standard body”. The Beers’ enig exemplaar van de Q type (maar acht van gebouwd in 1934) is nu een monoposto maar dan ook de echte waarmee Harvey Noble het Brooklands Outer Circuit record  binnen haalde in 1937. Dit record  van 122.4mph, voor een geblowde 750cc, is nooit gebroken.

Vijfenveertig jaar geleden (we zijn in 1980 é) produceerde MG zijn laatste vooroorlogs koers model, de single – seater R type. Men gebruikte de Q motor op een aluminium vorkvormig chassis maar met onafhankelijke ophanging op de vier wielen, revolutionair. Stel je voor, had men het Racing Departement niet gesloten, dan zat ons geliefde merk nu misschien in formule 1. Tien zijn er gemaakt en verkocht en verschiet niet: er staan er vier voor ons. “Niet meer normaal” zeg ik. Drie ervan hebben de dohc kop, geproduceerd door McEvoy and Pomeroy. Het water loopt me uit de mond. De andere is de ex – Malcolm Campbell MG, aangepast door de fabriek(de R liet zich nogal rollen in de bochten). Die heeft echter NOOIT gereden, aangezien MG zich terug trok uit de racerij midden de jaren ‘35.

Abingdon’s tweede periode in de competitie was tussen 1963 en 1968. Die is hier vertegenwoordigd door vier MG’s. Twee leuke kleine Midgets coupé, gebouwd in 1962 voor Dick Jacobs. Beiden ingezet voor Sebring en de Targa Florio in 1965. En daar staat dan recht voor me de onsterfelijke MGB(GRX 307D). Reed de 1966 Monte Carlo, GT winnaar in de Targa Florio, Spa 1000km.( Hedges en onze eigen Vernaeve), outright winner van de 84-uren Marathon de la route en de Sebring 12-uren. Als laatste, ja, hier komt ook een einde aan, een licht gewicht MGC gebouwd te Abingdon voor het serieuze werk en net voor de overname door Leyland in 1968.

Er zijn nog meer glamoureuze MG’s in de collectie zoals Old N°1, een 18/80 speed model uit 1930 en verschillende overlevende record cars, onder andere EX-181 bestuurd door Moss en Phil Hill. Door gebrek aan plaats nergens te zien.

“Met welke MG rijdt je nu het liefst:” is mijn vraag bij het buiten gaan. De single-seater K3 klinkt het goedlachs: “Bekijk het maar op Silverstone over een paar weken, de NE is ook niet mis en de TF1500 of mijn MGB-V8, maar eigenlijk de beste MG is deze die momenteel van de band rolt. Good Luck.” (Sydney Beer overleed enkele jaren terug)

Hallaert Achiel   dec. 2014

IMG_0213